Beren en dansen

Ik kan dingen.
Aan de meeste dingen heb je niet zoveel, ikzelf soms nog in het minst.
Ik kan verdwalen op een vierkante centimeter. De centimeter waar ik mijn halve leven woon of waar ik jaren gewoond heb. Ik kan me zorgen maken die ik groter en groter laat groeien tot ze bijna niet meer in mijn hoofd passen. Ik kan beren op de weg zien, die onzichtbaar zijn voor alle anderen.

Ach, die beren. Ze zijn er vaak en helemaal nu, als ik wakker word in een vreemd bed in een stad die ik niet ken na een nacht vol gepieker.

De auto moet worden verplaatst. We waren gisteravond zo blij dat we na ettelijke rondjes in de buurt van de airbnb eindelijk een plekje hadden gevonden, dat we niet hebben gekeken hoe het ook alweer zat met het parkeerbeleid. De uitgebreide informatiegids die onze host ons stuurde (compleet met zes noodnummers, van de huisartsenpost tot het vergiftigingsspreekuur aan toe) blijft onduidelijk over de zaken die ons het meest interesseren. Hoe de televisie aangaat, bijvoorbeeld, of de verwarming uit. En ook over hoe het parkeren hier werkt. De speciale app die ik heb gedownload brengt geen kosten in rekening maar wijst me er fijntjes op dat ik maar twee uur mag blijven staan. En dus moet ik aan de bak. In alle vroegte sluip ik het appartement uit. Zo stil mogelijk want iedere stap die ik zet dreunt door op de benedenverdieping waar de kinders slapen.

De auto terugvinden is de eerste uitdaging. In een vlaag van gezond verstand heeft de twintiger een screenshot van de straatnaam gemaakt, maar googlemaps brengt mij zoals gebruikelijk vooral in verwarring, met pijlen die dan de ene, dan de andere kant op wijzen maar nooit in de richting waar ik naar toe ga. Of waar ik vandaan kom, nu ik erover nadenk.

De laan waar de auto moet staan is eindeloos en ik kan me ineens heel goed voorstellen dat er een wegsleepbeleid is waar Nederlanders als eerste het slachtoffer van worden. Zelfs als ik de auto uiteindelijk in het vizier krijg is het leed niet geleden. Nu moet ik nog al die smalle hobbel-klinkerstraten door, met overal wegwerkzaamheden en ongeduldige tegenliggers die gaan toeteren zodra ik een seconde te lang aarzel. En daarna een plekje vinden in de veel te volle straten waar wagens bumper aan bumper staan en iedere vrije ruimte een oprit naar een garage blijkt te zijn. Om over veel te krap fileparkeren nog maar te zwijgen. Wanneer heb ik dat voor het laatst succesvol gedaan?

En dan is er nog de puber die misschien wel te ziek was om hiernaar toe meegesleept te worden, en DE datum die alsmaar dichterbij komt. Plus het feit dat ik me niet heb verdiept in het openbaar vervoer of wat er hier voor ons te doen is.
De wetenschap dat ik dat niet met mijn lief kan overleggen, nooit meer met hem kan overleggen, dat dat nou juist de reden is dat we hier zijn. Dat ik de volwassene ben die alle verantwoordelijkheid moet dragen, de verstandige keuzes moet maken. Dingen die me sowieso al zwaar vallen in deze week van het jaar en helemaal nu, in dit andere land waar ik een vreemdeling ben die de taal niet spreekt en me meer verloren voel dan ooit.
Overal zijn ze, de beren. Ze grijnzen me toe met hun gemene scherpe tanden.

Ik probeer de stem van mijn lief, die mij verzekert dat alles goed komt, op te roepen in mijn hoofd. En hoewel ik weet dat dat een leugen is relativeert het toch een beetje.
Er is een plekje vrij in onze eigen straat. Het is krap maar ik draai de auto erin alsof ik nooit anders heb gedaan. Ik laat me zelfs niet opjagen door de man in de mini die geƫrgerd staat te wachten. Ik geef mezelf een schouderklopje als ik uitstap.
Als ik achter me kijk schrik ik. In de auto die daar staat staart een doodeng masker van Pennywise, de griezelige clown uit IT me aan. Dat kan niets goeds betekenen. Ik hoor een beer grinniken. Dan besluit ik bewust het niet als een slecht voorteken te zien en de trots over mijn parkeerskills te laten overheersen. Ik voel zowaar een glimlach doorbreken. Er is een zorg minder en met de rest, ach, daar zal het ook wel mee loslopen.

Ze zijn er nog, de beren, maar nu dansen ze op straat. Ik dans gezellig met ze mee, ook al ben ik de enige die ze ziet.
Ik kan dat, dansen met onzichtbare beren.
Soms kan ik dingen waar ik wat aan heb.
En soms is soms precies vaak genoeg.

 

3 antwoorden op “Beren en dansen”

  1. Puur en kwetsbaar en tegelijk sterk, dat is wat in me opkomt bij het lezen, en een indrukwekkend vermogen om dat in woorden uit te drukken.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *